versie 25-3-2004 (nog enkele hyperlinks en de besteksbepalingen toevoegen)
Er is altijd veel discussie over straten en vlijen.
hoofdkenmerk van begrip straten
het verwerken van elementen in een min of meer los zandbed (en het handmatig op hoogte brengen)
hoofdkenmerk van begrip vlijen
het verwerken van elementen op een vooraf afgetrild en afgereid zandbed (en een nabewerking zodat de elementen voldoen aan de gestelde eisen)
De belangrijkste actuele regel is
de arbo-regel: de (handmatige) tilgrens van 4 kg voor stenen en 9,5 kg voor
tegels.
Deze regel zal met zich brengen dat boven deze grens normaliter mechanischzal
moeten worden gevlijd.
Staat er niets over de wijze
van verwerking in bestek dan weet ieder wat er wel en niet is toegestaan;
althans zo zou het behoren te gaan.
Ook de RAW-sytematiek kent regels.
Elementen
mogen (na aanbrengen) onderling nooit meer dan 2 mm hoogteverschil hebben.(art.
31.42.01 lid 03 van de Standaard 2000)
Element, vóórdat de voeg is gevuld, mogen niet door de voet kunnen
worden bewogen.(art 31.42.02 lid 04 van de Standaard 2000)
CROW heeft vooralsnog de visie dat je verder niks in bestek hoeft te vermelden
over de uitvoeringswijze (mag wel)
KOMO stelt aan de tegels zelf de
eis dat de afwijking in dikte 2 mm mag zijn.
Bij oud werk is meestal niet bekend
of het materiaal voldoet aan de KOMO-eisen
Blijkt men met materiaal te moeten werken dat:
- men binnen de marges van de KOMO-grens blijft dan zal men dit als normaal
werk moeten beschouwen.
- men over de marges van de KOMO-grens heen gaat dan zou je kunnen zeggen dat
sprake is van een bijzondere situatie.
Bij nieuw werk met KOMO materiaal
(het meest gebruikelijk) zijn de verschillen in de praktijk minimaal en geeft
dit geen probleem.
Wel moet men altijd opletten of de materialen van een andere leverancier niet
structureel afwijken; zelfs van 1 leverancier kunnen soms verschillen optreden.
Bij meerdere leveranciers is het daarom verstandig deze partijen niet door elkaar
te verwerken.
De RAW-eis van de niet bewegende elementen is wat theoretisch want in de praktijk
zien we veel straatwerk waar vóór het voegenvullen de elementen
toch wel bewegen.
Op zich hoeft dit op veel locaties geen probleem te zijn omdat de ligging door
nabewerking alsnof stabiel kan komen te liggen of omdat er nooit belasting op
zal komen te staan.
Stel nu dat bij het vlijen (of dat
handmatig of mechanisch plaatsvind doet er niet toe) er vóór het
natrillen, om welke reden dan ook, tegels bovenuit steken, dan is het onverstandig
om direct te gaan trillen. Beter is het dat de straatmaker eerst de te hoog
gelegen tegels met de 'hand' (met bijvoorbeeld rubber hamer dan wel stamper)
nabewerkt zodat deze eerst op gelijke hoogte liggen.
Overigens geldt dit ook voor slecht gestrate tegels indien die moeten worden
nagetrild.
Een goede vakman zal dit automatisch dan wel na aanwijzing uitvoeren.
De verklaring voor dit advies
is dat bij natrillen de tegel eerst eenzijdig op de rand wordt belast; hierdoor
is het gevaar aanwezig dat deze tegel later zal gaan wippen. Dit mag bij aanvang
al niet maar in later fase is dit ook niet gewenst. Een eenmaal wippend element
kan zorgen voor een klapperend element dat daadwerklijk gevaar kan opleveren.
In de praktijk komt het echter weleens
voor dat een aannemer deze handeling niet uitvoert of niet wil uitvoeren.
het is daarom verstandig hiertoe een extra besteksbepaling op te nemen.
sdfdsfsd (uitwerken)
Deze tekst is mede tot stand gekomen in overleg met de visie van AI ( arbeidsinspectie) en SEB (stichting erkenning bestratingsbedrijven)