Bouwbesluit bij buitenterrein

 

Bron: http://217.22.65.19/ (ministerie van VROM-bouwbesluit-staatscourant)

Bron: www.bouwbesluitactueel.nl

 

 

Bouwbesluit

Artikel 2.26 aanwezigheid   

1.        Een hoogteverschil tussen vloeren van verblijfsruimten, verkeersruimten, toiletruimten en badruimten of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, dat groter is dan 0,22 m, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan.

2.        Een hoogteverschil tussen voor bezoekers toegankelijke vloeren of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, dat groter is dan 0,22 m, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan.

Artikel 2.41 afscheiding

Artikel 2.41 afscheiding 1. Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.24, heeft aan beide zijkanten een aaneengesloten afscheiding met een hoogte van ten minste 0,04 m boven de hellingbaan. 2. Voorzover een zijkant van een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.24, meer dan 1 m boven een direct naast de hellingbaan gelegen vloer ligt, is, in afwijking van het eerste lid, een leuning vereist.

Artikel 2.39 afmetingen hellingbaan   

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.24, heeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste:

1 : 12 indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m,

1 : 16 indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m, en

1 : 20 indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m

Artikel 2.44 hellingbaan-bordes   

Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.26, sluit aan de bovenzijde over de ten minste vereiste breedte van die hellingbaan aan op een vrije vloeroppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.

 

Enkele FAQ’s die voor de GWW ook van belang kunnen zijn.

 

Opstap van max. 2cm

4. Moet er in het nieuwe Bouwbesluit bij realisatie van een balkon (voor GWW-sector lees: terras of  buitenruimte) nog rekening worden gehouden met een maximale opstapmogelijkheid van 2 cm ?

 

antwoord 4
Neen, het Bouwbesluit verlangt slechts dat één toegang tot de woning een dorpel heeft met een hoogteverschil van maximaal 2 cm. Een buitenruimte is met de inwerkingtreding van Bouwbesluit 2003 niet meer vereist. Indien bij een woongebouw balkons worden gerealiseerd, moeten deze bijvoorbeeld wel voorzien worden van een deugdelijke vloerafscheiding die voldoet aan de eisen ten aanzien van hoogte, maximale openingen en opstapmogelijkheden. Er geldt evenwel geen eis meer voor wat betreft een maximaal hoogteverschil tussen de balkonvloer en de woningvloer.

Naschrift van RABC-Bestekkennis.nl: Voor elk gebouw moet het als vanzelfsprekend worden gezien dat elke normale deur die door bezoekers of werknemers wordt gebruikt, een max. hoogte van 2 cm aan te houden. Deze eis is bedoeld om het voor rolstolen maar ook voor andere (zware) karren (met bijv. kleine wielen) eenvoudig te maken de drempel te passeren.

Denk hierbij ook aan voldoende manoeuvreerruimte voor en achter die plek.

 

 

Opstaande randen en leuningen

5. Moet een dak (voor GWW-sector lees: terreindeel dat hoger ligt dan het omringde terrein) van ‘vloerafscheiding’ worden voorzien indien ik deze als dakterras in gebruik neem ?

 

antwoord 5
Ja, elke vloer moet bij een rand een afscheiding hebben, indien die rand meer dan 1m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende water of het aansluitende terrein. Pas indien een dak niet voor regulier gebruik bestemd is en bijvoorbeeld slechts betreden moet worden voor reparatiewerkzaamheden of onderhoud geldt deze eis niet. Dan gelden ter bescherming van de dakdekkers en monteurs slechts een aantal voorschriften uit de ARBO wetgeving. Indien het dak echter wordt gebruikt door bewoners/ gebruikers geldt zonder meer dat een vloerafscheiding gerealiseerd dient te worden.

Naschrift van RABC-Bestekkennis.nl: Bij elk terreindeel dat hoger ligt kan men eraf vallen. Voor elk terreindeel waar rolstoelen of karren of gewone stoelen verwacht kunnen worden moet het als vanzelfsprekend worden gezien dat altijd een voorziening is in de vorm van een minimaal 4 cm hoge opstand. En bij meer dan 1 meter tevens een leuning. Zelfs bij hoogteverschillen kleiner dan 1 meter is een leuning in veel gevallen gewenst. (zeker daar waar drukte verwacht kan worden en op plaatsen waar men in conflict komt met het openbaar ververkeer.

Bij openbaarvervoerhaltes komen zelfs beide aspecten tezamen.