d.d. 23-3-2004
T.b.v.
ontwerpaspecten verharding
T.b.v.
bepalingen bij aanleg of renovatie verharding
T.b.v.
bepalingen glasbewassingscontract
T.b.v.
toezicht op bouw- en GWW-werken en glasbewassingswerk
Het gebruik van ladders is aan regelgeving gebonden.
In 1999 werd het “Convenant
gevelonderhoud” opgesteld. In juli 2001 werd de “Europese
richtlijn werken op hoogte” van toepassing. Deze
is reeds van toepassing en zal uiterlijk
juli 2004 in wetgeving moeten zijn vertaald
In deze richtlijnen staan o.a. afspraken over veilige werkmethoden voor glazenwassers. De wijziging zal onder meer een verdere beperking van het gebruik van ladders met zich meebrengen. Hierin staat o.a. de basisregel:
§
Het op hoogte werken vanaf ladders, lijnen en dergelijke
arbeidsmiddelen is alleen toegestaan, en dan nog onder voorwaarden,
als het niet mogelijk is de werkzaamheden op een veilige
en ergonomisch verantwoorde werkvloer uit te voeren.
Op basis van dat document beboet de Arbeidsinspectie niet alleen glazenwassers maar ook bouwers, omdat ze gebouwen hebben ontworpen waarvan de buitenzijde niet veilig kan worden schoongemaakt.
Dit artikel is daarom van belang voor ontwerpers van de openbare ruimte rond alle gebouwen en zeker die 3 verdiepingen of meer hebben.
Indien geen systeem voor glasbewassing in, op of aan het gebouw is ontworpen zal de bewassing al snel met materieel moeten geschieden.
Zowel voor nieuwbouw als voor renovatie van de verharding of
tuin rond dat gebouw is het noodzakelijk de verhardingslocatie bewust te kiezen
of te heroverwegen .
Afhankelijk van de vormgeving van die buitenruimte en de aanwezigheid
van bomen zal soms de schaarhoogwerker of soms de ‘spinhoogwerker’ (knikarm of telescoopsteel) het meest geëigende
hulpmiddel zijn.
Argumenten dat dit duur(der) is zijn niet van belang omdat de wetgever daar bewust geen clementie
voor toekent. Je moet gewoon een glazenwasser kiezen die er al mee gewent
is mee te werken.
Vanuit het glasbewassingsconvenant moet gestreefd worden dat de looproute van de glazenwasser zo veel mogelijk verhard kan plaatsvinden. Ook de toegang naar het glazenwasserspad moet begaanbaar zijn en niet door prikstruiken verspert.
Modder aan de schoen zeker als daarna een ladder wordt betreden
is een potentieel uitglijdgevaar.
Een pad langs de gevel van 0,6-0,9 m is daarom gewenst.
De Abomafoon
5.13 ladder van juni 2002 geeft een maximale handhoogte aan van 7,5 m
Uitzondering daargelaten mag de werkhoogte volgens de richtlijnen
en het convenant nimmer meer dan10 m zijn.
Voor het werken met ladders geldt volgens de richtlijn verder:
§
ladders moeten stabiel geplaatst worden, op een onbeweeglijke
ondergrond, zodat de sporten horizontaal blijven.
§
hangladders (m.u.v. touwladders) moeten zodanig worden vastgemaakt
dat zij niet kunnen schuiven of heen en weer zwaaien.
§
de voet van een draagbare ladder mag niet wegglijden.
§
toegangsladders moeten voldoende boven het toegangsniveau uitsteken.
§
meerdelige ladders en schuifladders moeten zodanig gebruikt
worden dat de verschillende delen niet ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.
§
beweegbare ladders moeten worden vastgezet voor ze worden
betreden.
§
werknemers moeten ten allen tijde veilige steun en houvast
aan de ladder hebben, ook als ze met de hand lasten dragen op de ladder.
Met name dit vastzetten is vaak niet mogelijk of het vereist tenminste dat
de collega op de 2e of 3e verdieping aanwezig is. De ladder dient ongeveer 3:1 te kunnen staan.
Dit betekent dat waar het glas hoger
is dan ca. 2 meter een pad van ca. 1,2 m gewenst is.
Voor hogere werkhoogte is de wens om de verharding ca. 0,3
m breder te maken dan de theoretisch plek van de voet van de ladder. Zou de
trapvoet op de rand van het pad staan dan is het valgevaar juist groter dan
normaal omdat dan 1 poot kan wegzakken.
Kijk naar de bomen en de lay-out van de tuin want het materieel
moet wel kunnen komen waar het moet staan.
Geef in het glasbewassingscontract aan welke voorzieningen
er zijn gemaakt voor de onderstaande 2 principes.
Voeg zonodig een tekening van de buitenruimte bij.
Neem een bepaling op in
het glasbewassingscontract over het afschermen voor derden
van het werkgebied (valbereik) van de spinhoogwerker.
1 maal per jaar (bij voorkeur rond maart - na de ergste mollentijd)
moet structureel worden gecontroleerd op verzakkingen van de rijsporen
en de stempelplaatsen. Uiteraard moeten tussentijds geconstateerde verzakkingen
direct worden verholpen en daarna extra gecontroleerd worden.
Veel schaarhoogwerkers kunnen werken zonder stempels; dat betekent
dat geen aandacht nodig is voor de stabiliteit van de ondergrond waar anders
de stempels zouden komen.
Het pad moet bij voorkeur een breedte hebben van 3 meter en
moet uiteraard voldoende stabiel zijn omdat een schaarhoogwerker een stuk
zwaarder is dan een spinhoogwerker. Een tegelpad van dunne 300x300 tegels
is minder geschikt dan een elementenverharding van 70 mm dik.
Stoepen en trappen (hoogteverschillen) breder dan 1 m vanuit
de gevellijn maken de inzet van schaarhoogwerkers onmogelijk; 0,35 m is nog
goed te doen.
De schaarhoogwerker moet voldoende horizontaal staan (max.
helling 2 %). Bij grote helling treed een automatisch blokkering op waardoor
de hoogste verdieping niet kan worden bereikt.
Omdat verharding kan nazakken is het gewenst een afschotprofiel
van 1:100 bij aanleg aan te houden.
Om te manoeuvreren is een hoekafsnijding van ca. R = 4 m gewenst.
Spinhoogwerkers kunnen niet werken zonder stempels; dat betekent
dat veel aandacht nodig is voor de stabiliteit van de ondergrond waar de stempels
komen.
Het grote nadeel van stempels is dat in de praktijk de stempels
niet elke keer op dezelfde plek worden gebruikt.
Een stempel kan ook nooit garanderen dat de hoogwerker echt
100 % stabiel is. Als een stempel plots doorzakt is de kans groot dat het
hele apparaat omvalt. Met name bij
inwendige hoeken van gebouwen is dit risico groot.
Bij de uitvoering is het daarom ook verstandig om desondanks
te zorgen dat publiek niet in de nabijheid van het valbereik kan komen. Neem
hier evt. een extra bepaling over op in het glasbewassingscontract.
Verstandig is om vooraf na te denken of er speciale afstempelplaatsen
kunnen komen. Hier kan dan extra aandacht komen voor de stabiliteit van de
ondergrond en er is dan mee zekerheid dat omvallen wordt voorkomen.
Een groot nadeel is dat de inzet van een grotere of kleinere
spinhoogwerker soms een andere stempelplek nodig heeft en dat komt er in de
praktijk niet van. Men introduceert daarmee dus weer extra risico’s omdat
ze dan stempelen op de soms niet stabiele grond.
Geef in het glasbewassingscontract bijvoorbeeld de volgende
zaken aan.
Indien gewerkt wordt met een hoogwerker kan het bedrijf er
rekening mee houden dat:
§
Het deel van de paden dat 3 m of breder is, voldoende stabiel
is voor gebruik met een schaarhoogwerker.
§
Op een beperkt aantal plaatsen (als aangeven) voorzieningen
zijn gemaakt voor afstempeling van een hoogwerker. Het bedrijf verplicht zich
deze plaatsen te benutten. Het is niet toegestaan af te stempelen op niet
verharde grond buiten de verharding of daartoe specifiek bestemde afstempelplaatsen.
Voeg zonodig een tekening van de buitenruimte bij.
§
Het bedrijf zorgt dat het werkgebied (valbereik) van de spinhoogwerker
voor derden wordt afgeschermd tegen betreding (minimaal in de vorm van afzetlint).
§
I.v.m. openbaar verkeer is minimaal het toepassen van verkeerskegels
verplicht (onverminderd overige regelgeving i.v.m. verkeersveiligheid).
§
Het bedrijf zal elke verzakking van of uitspoeling nabij de
rijsporen en de stempelplaatsen direct aan de beheerder van het pand doorgeven.
Hij laat deze melding met datum aftekenen.